Op naar… Jungle Resort Pingpé – nabij het dorpje Pingpe - maandag 10 april 2023
15 april 2023 - Pempe, Suriname
Waar we ‘t meest naar uitkeken, is eindelijk aangebroken: we duiken voor vijf dagen het Amazonewoud in! Een busje haalt ons rond 8:50 op, we rijden tot net buiten het centrum, waar onze reisgenoten ook opstappen: Remco (49), Dimphy (44), Nomi (9) en Lily (3), een Nederlands gezinnetje dat momenteel al 4 jaar op Aruba woont (vanwege Remco’s werk als beroepsmilitair) en binnen een jaar terugkeert naar Nederland (Zoetermeer – tussen Rotterdam en Leiden, ter hoogte van Den Haag). Het moet gezegd: het klikte meteen! Dimphy is een leuk babbelgat, Remco is een rustige man, die heel smakelijk kan vertellen, Nomi is een vriendelijke aangename tiener, en Lily die sinds kort goed begint te praten, is een guitige kleuter!
Het is een behoorlijke rit tot Atjoni … het verste, via land bereikbare, punt in Suriname (we arriveren er rond 12:30 ’s middags). Van hieruit vertrekken alleen maar boten en vliegtuigen naar het verdere binnenland. Wij kozen ervoor om per korjaal naar Jungle Resort Pingpé te reizen om, via het water, (zoals dat heet:) het Amazonewoud zich te laten openbaren voor onze neus 😊. Het duurt toch een hele tijd voor alles ‘geregeld’ is… de juiste boot moet uitgezocht, de bagage moet overgeladen worden, we nemen nog een lunch bij ‘Tante Anna’ en kunnen dan rond 14:30 vertrekken… dachten we.
Plots duikt een wel héél erg dronken man (met de daarbij gebruikelijke ‘zatte praat’ en geschreeuw op (“Neen wij reizen niet mee voor de alcohooool, hoor, maar alleen om ons te ontspaaaaannen!”). Samen met nog een paar zatte kompanen kiest hij onze boot uit om méé te reizen. De kindjes worden er bang van en dan kijken Dimphy en Theo (onze gids, zoon van Chapeau, de eigenaar van ons resort) elkaar aan, wisselen blikken, en… zonder ook maar iets te zeggen verhuist Theo heel ons bagageboeltje naar een andere boot en vraagt ons dan óók op deze over te stappen. Oef! (Achteraf horen we dat dié bootreis toch wel heel moeizaam is verlopen: de zatte man is een paar keer in het water gekukeld, rechtop zwalpend, en ja, dan…)
WIJ in elke geval blij dat we niet mee zijn met dié boot! Rond 15:00 vertrekken we. We zijn nu alleen met ons zessen, Theo als gids en de stuurman.
Het enige wat we kunnen doen is ons vergapen aan het oerwoud dat zich, gedurende een vier uur lange tocht langs de boorden van de kronkelende Surinamerivier manifesteert in al zijn glorie, in honderd tinten groen: struiken, bomen (die ook her en der in het water gesukkeld zijn en dan hun majestueuze dode takken uitsteken tot ver boven het water), heel hoge kokos- of dadelpalmen, lianen die zich rond de bomen een weg naar boven hebben gezocht… een fenomenaal zicht. Alhoewel de Surinamerivier vrij breed is, soms wel tot enkele honderden meter, kronkelt hij zich als een piepklein slangetje door het immense oerwoud: vanuit de lucht gezien een ENORME broccoli!
De rivier is vrij ondiep, zodat een korjaal de best aangewezen wijze is om er over te varen. De korjaal is een heel lange schuit, bestaande uit drie immens lange planken van zo’n 50-70 cm breed: een onderkant en twee zijkanten. En die worden aan elkaar ‘verbonden’ op een of andere wijze, langs de ene zijde voorzien van een hoog opstekende boeg en langs de andere kant van een uiteinde waarop een buitenboordmotor kan bevestigd worden. Tussen voor- en uiteinde wordt dan nog een dubbele bodem gecreëerd, zodat passagiers niet meteen met hun voeten in het water zitten, als de boot water vangt (door regen of opspattend water). Dwars heb je dan nog wat zitplankjes en houtjes waar een leuning in past en uiteindelijk heb je dan een bootje waar toch makkelijk een twintigtal mensen mee kunnen worden vervoerd… met pak en zak.
Naast onze bewondering voor de randen van het oerwoud die we mogen aanschouwen, keken we telkens met ontzag naar de enorm handige stuurkunsten van de bootsman. Hoe hij erin slaagt de rivier als het ware te ‘lezen’ en zo elke rots te ontwijken, zigzaggend over de rivier, de juiste positie kiezend om een stroomversnelling in te varen en dan gas geven om de stroom geen vat te laten hebben op de boot… “Amaaai!” zou Annemie Struyf zeggen. “Respect!”, zeggen wij!
We komen rond 19:00 aan bij Jungle Resort Pingpé, waar Chapeau himself ons hartelijk onthaalt. Op dat moment zijn we er de enigste gasten, naast een koppel Nederlanders van meer ónze leeftijd. We krijgen een hutje toegewezen, dicht bij het resto-gedeelte, voorzien van het nodige basiscomfort: twee kamers: één met twee bedden mét klamboe, een stoel en een tafeltje en één ‘badkamer’ met toilet, douche en lavabo. Stromend water is er, maar enkel koud (maar dat geeft niet, integendeel, in zo’n hitte doet het meer dan deugd!) Elektriciteit is er enkel ’s avonds vanaf 18-19:00. De hutjes kijken allemaal met een ruim terrasje uit over de Surinamerivier, met twee stoeltjes en een klein tafeltje.
De wijze van werken is heel eenvoudig: ontbijt, lunch en avondmaal worden er klaargemaakt en geserveerd… voor de rest is ’t allemaal zelfbediening. Water en ‘sap’ (lees: water met een smaakske) zijn gratis. Bier, frisdrank (én een flesje rum) zitten in de koelkast en die hoeven we er maar uit te nemen. Op een formuliertje noteer je wat je neemt en op ’t einde van je verblijf reken je af. As simple as that. ’s Avonds wordt het programma voor de volgende dag voorgesteld en daar neem je aan deel, of niet… waar je zin in hebt.
Op het domein is er ook een zone onder dak waar enkele hangmatten in bevestigd zijn die je vrij mag gebruiken om te chillen of een dutje te doen. En in het resto-deel is er ook een salonnetje met een kleine bibliotheek.
’t Klinkt wel mooi, maar eigenlijk is het allemaal vrij basic. Het hele domein heeft geen uitstraling van uiterste properheid (ook de hutten niet), de maaltijden zijn sober, soms zelfs héél erg sober (zeker voor Hilde, als vegetariër) en weinig gevarieerd, wijn staat op de kaart maar is er niet, enz… We kunnen daarover klagen, maar aangezien dit toch niet helpt, leggen we ons er gewoon bij neer en besluiten te genieten van wat de jungle ons te bieden heeft. En dat hebben we volop gedaan!












Tot de volgende... ;-)
De foto's en filmpjes eindeloos mooi!
Geweldig, groots, oogverblindend, luisterrijk, heerlijk.....
Tot de volgende......
Maar de Jungle op zich zal al boeiend genoeg zijn zeker? Wie let er nu op een lettertje meer of minder?
Trouwens, 't blijft sowieso, wat mij betreft, een leuk cursiefje, waarbij wat 'dialect' zoals 'enigste' niet afsteekt! Ik ben niet zoals onze zus destijds die het woordje 'schoteldoek' tegen haar kindjes niet durfde te vernoemen omdat ze niet op 't woord 'vaatdoek' kwam...
Daarbij, het gaat hem om het VERHAAL. En misschien zullen we inderdaad geen foto's kunnen voorleggen van het 'overlijdensritueel' (respect hoort er te zijn!) of van de vele dieren die we ook effectief gespot hebben in de jungle (doodshoofdaapjes, tarantulaspin, roofvogels van allerlei slag, cicaden, enz.), maar we zullen de jungle wel 'beleefd' hebben. En die belevenis nemen ze ons nooit meer af! Die 'foto's' zitten in ons hoofd, en die zullen we dan ook nog héél lang kunnen koesteren! Boeiend is het dus, SOWIESO!